De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van witwassen van 60.000 euro en medeplegen van het valselijk laten opnemen van een lagere koopprijs in een notariële leveringsakte van een woning. Na een langdurig onderzoek en meerdere zittingen sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen omdat onvoldoende bewijs bestond dat zij wist dat het geld van criminele herkomst was.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen een onjuiste koopprijs van 172.500 euro in de leveringsakte had laten opnemen, terwijl de werkelijke koopprijs 60.000 euro hoger was. Dit gebeurde met het oogmerk de akte te gebruiken alsof deze de waarheid weerspiegelde.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een forse overschrijding van de redelijke termijn van bijna tien jaar, waardoor zij in het voordeel van verdachte rekening hield bij de strafoplegging. Gezien de geringe rol van verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en haar persoonlijke omstandigheden, legde de rechtbank geen straf of maatregel op, maar verklaarde zij wel strafbaar.
Daarnaast werd een in beslag genomen geldbedrag van 36.790 euro teruggegeven aan verdachte omdat niet langer aan de voorwaarden voor beslaglegging werd voldaan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 9 maart 2020.