Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
GEMEENTE HEERLEN,
1.[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
2.[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ,
3.ING Bank N.V.,
1.Het verloop van de procedure
- de rolbeslissing van 15 mei 2019;
- het proces-verbaal van de pleidooizitting van 14 november 2019.
2.De vaststaande feiten in conventie en reconventie
3. The coordinator shall:
a) (…)
Section 6: Costs - Payments
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling
“The contractor shall receive all payments made by the Commission. (…) Parties who spend less than their respective share of the Joint Budget will be funded only in respect of the actual amount spent. Parties who spend more than their respective share of the Joint Budget will be funded only up to their share”. Welk werk de Gemeente nu precies heeft verricht en welk werk precies is gecontroleerd door [naam bv 2] en welk werk precies aan de Gemeente moest worden uitbetaald, heeft de Gemeente, ondanks de uitdrukkelijke vraag van de rechtbank tijdens de comparitie van 22 januari 2019 [5] , niet voldoende concreet vermeld. De rechtbank kan aldus niet vaststellen welke werkzaamheden de Gemeente precies heeft verricht waardoor zij aanspraak kon maken op enige betaling. De vordering tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] loopt alleen al hierop spaak.
Hij die opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid dan wel door of vanwege een volkenrechtelijke organisatie zijn verstrekt, aanwendt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, wordt gestraft (…)”, is dit ten onrechte. Dit artikel is niet geschreven om een mogelijke ontvanger van die middelen als de Gemeente in een subsidieconstructie als de onderhavige te beschermen.