Eiser, werkzaam bij de politie sinds 1996, kreeg in 2012 erkenning van PTSS als beroepsziekte. Hij verzocht om smartengeldvergoeding, die aanvankelijk werd afgewezen wegens ontbreken medische eindtoestand. Na bezwaar werd een vergoeding toegekend, later verhoogd. Eiser stelde beroep in tegen de gewijzigde beslissing.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijnen aanzienlijk heeft overschreden, waaronder ook de periode tussen het instellen van beroep en de gewijzigde beslissing op bezwaar. Dit leidt tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 2.500, waarvan € 2.000 voor rekening van verweerder komt.
Eiser handhaafde het beroep alleen voor de termijnoverschrijding, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter Vluggen op 10 juli 2020, waarbij het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en een schadevergoeding werd toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.