Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
;
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omtrent studiefinanciering. Tijdens de zitting heeft de minister aangegeven het besluit van 9 december 2015 niet langer te handhaven en alsnog studiefinanciering toe te kennen over de in geschil zijnde periode, waarmee het feitelijke geschil kwam te vervallen. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens beoordeeld of de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden. De totale procedure duurde ruim vier jaar, terwijl in soortgelijke zaken een termijn van vier jaar als redelijk wordt beschouwd. De overschrijding van ongeveer twee maanden leidde tot een schadevergoeding van €500 aan appellante.
De Raad oordeelde dat de overschrijding uitsluitend in de rechterlijke fase plaatsvond en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van deze vergoeding. Daarnaast werden de proceskosten van appellante voor de rechtsbijstand begroot op €256 en aan de Staat opgelegd. De vergoeding van kosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep was reeds in onderling overleg geregeld.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en Staat veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.