Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoeker]
de burgemeester van de gemeente Venlo, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.Deze uitspraak is gedaan op 20 juli 2020.
de uitspraak te ondertekenen.
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Venlo om zijn woning te sluiten voor acht maanden nadat in de woning een handelshoeveelheid hard- en softdrugs was aangetroffen. De burgemeester baseerde het besluit op artikel 13b van de Opiumwet en het gemeentelijk beleid, waarbij de sluitingsduur vanwege corona werd verkort van twaalf naar acht maanden.
Verzoeker stelde dat hij slechts houder was van de drugs en niet de bezitter, dat de middelen niet bestemd waren voor verkoop, dat hij medisch kwetsbaar is door hartfalen en dat sluiting disproportioneel is in verband met zijn situatie en het coronavirus. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot sluiting niet afhankelijk is van persoonlijke verwijtbaarheid en dat de aangetroffen hoeveelheden drugs voldoende zijn voor het opleggen van de maatregel.
De rechter vond dat de burgemeester binnen zijn beleidsruimte handelde en dat de verkorte sluitingsduur passend was. De medische omstandigheden en het coronavirus rechtvaardigen geen afwijking van het beleid. Verzoeker kon geen vervangende woonruimte aantonen, maar de gemeente bood noodopvang aan. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens handelshoeveelheid drugs wordt afgewezen.