ECLI:NL:RVS:2016:185
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning en schuren wegens aanwezigheid harddrugslaboratorium en cocaïnehandel
De burgemeester heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten een woning en twee schuren te sluiten vanwege de aanwezigheid van een harddrugslaboratorium en grote hoeveelheden cocaïne. De appellant maakte bezwaar tegen deze sluiting, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de last niet duidelijk was en dat de burgemeester ten onrechte bevoegd was omdat de drugs ten tijde van het besluit niet aanwezig waren.
De Raad van State oordeelde dat de bevoegdheid tot sluiting niet vereist dat de drugs op het moment van het besluit aanwezig zijn, maar dat het aantreffen ervan voldoende is. Tevens is het niet nodig dat de burgemeester overlast aantoont. De sluiting is wettelijk voorzien en dient het algemeen belang van volksgezondheid en openbare orde. Appellant heeft zijn rechten kunnen verdedigen, en er is geen strijd met het EVRM of de Grondwet.
De Afdeling bevestigt dat de sluiting geen ontneming van eigendom is, maar een tijdelijke beperking van gebruik, en dat eerdere feiten zoals een hennepkwekerij op de locatie relevant mogen zijn. De belangen van de openbare orde en bestrijding van harddrugshandel wegen zwaarder dan de belangen van appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning en schuren voor zes maanden bevestigd.