Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 4.804,00- (2 punten x € 2.402,- tarief VI)
Rechtbank Limburg
De curator in het faillissement van een vennootschap vordert betaling van een bedrag van €336.960,55 van de gedaagde, die als bestuurder van een andere vennootschap materiële vaste activa kocht van de failliete vennootschap. De curator stelt dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de koop te sluiten terwijl hij wist dat de koper niet kon betalen, waardoor de gezamenlijke schuldeisers zijn benadeeld.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is omdat de curator tijdig de verjaring heeft gestuit met sommatiebrieven. De curator is ontvankelijk in zijn Peeters/Gatzen-vordering en heeft voldoende onderbouwd dat de gedaagde wist dat de koopprijs niet betaald kon worden. De gedaagde heeft dit niet gemotiveerd betwist en zijn verweer van eigen schuld en disculpatie faalt.
De rechtbank wijst de vordering toe, inclusief de kosten van een financieel deskundige en beslagkosten, en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €336.960,55 met rente en kosten wegens onrechtmatige daad als bestuurder.