Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 110,67
- griffierecht € 236,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eiser, werknemer bij gedaagde werkgever, vorderde betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld, niet-betaalde vakantiedagen, wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten. De arbeidsovereenkomst liep van april 2018 tot september 2019, waarbij eiser een BBL-opleiding volgde en 38 uur per week werkte tegen een bruto maandsalaris van €764,07.
Gedaagde beëindigde de arbeidsovereenkomst per 1 september 2019 en reageerde na uitstelverzoek niet meer op de vorderingen. De kantonrechter stelde vast dat eiser slechts een deel van het gevorderde salaris concreet onderbouwde en wees dit bedrag toe. Ten aanzien van vakantiedagen werd een lager bedrag dan gevorderd toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De buitengerechtelijke incassokosten werden conform het toepasselijke Besluit gemaximeerd tot €244,71 inclusief btw. De overige vorderingen werden als niet weersproken toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €526,67. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld, vakantiedagen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.