Eiseres ontving een voorschot kindgebonden budget 2018 zonder de verhoging voor alleenstaande ouder (ALO-kop) omdat zij gehuwd was met haar echtgenoot, die grotendeels in het buitenland verbleef en geen inkomen genereerde. De Belastingdienst vorderde een bedrag van €3.101,- terug wegens ten onrechte ontvangen toeslag. Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat zij gelijkgesteld moest worden met een alleenstaande ouder vanwege de feitelijke situatie.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat de terugvordering niet adequaat was toegelicht en de hoorplicht was geschonden. De rechtbank bevestigde dat het wettelijke partnerbegrip leidend is en dat het ontbreken van een ALO-kop niet in strijd is met het discriminatieverbod, maar erkende dat compensatie via bijstand mogelijk is, wat hier niet adequaat was meegenomen.
De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij eiseres de gelegenheid krijgt haar bezwaren mondeling toe te lichten en de gevolgen van het ontbreken van terugwerkende bijstand beoordeeld moeten worden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.