ECLI:NL:RVS:2018:661
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening toeslagen wegens onvoldoende belangenafweging
Appellante ontving voor de jaren 2012 tot en met 2014 zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze toeslagen naar nihil omdat haar toeslagpartner niet rechtmatig in Nederland verbleef en de rekenhuur hoger was dan de maximale grens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht het recht op toeslagen uitsloot.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ten tijde van het ontvangen van de toeslagen niet kon weten dat deze met terugwerkende kracht zouden worden ingetrokken en dat de herziening in strijd is met het rechtszekerheids- en proportionaliteitsbeginsel. Zij stelde dat de Belastingdienst naliet een belangenafweging te maken, terwijl haar persoonlijke en financiële omstandigheden zwaarwegend zijn, waaronder haar arbeidsongeschiktheid en de zorg voor haar kinderen.
De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst inderdaad geen belangenafweging had gemaakt en dat dit in strijd is met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en internationale gelijkheidsnormen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een belangenafweging.