De Stichting Artamuse ontving jarenlang subsidie van de gemeente Sittard-Geleen voor muziek- en dansonderwijs. In 2019 kondigde de gemeente aan deze subsidie vanaf 2020 af te bouwen en per 2022 te beëindigen vanwege financiële bezuinigingen. Artamuse stelde dat de gemeente onvoldoende inspanningen had verricht om integratie van Artamuse in het cultuurbedrijf De Domijnen tot stand te brengen, waardoor zij onterecht niet aansprakelijk werd gehouden voor personele frictiekosten.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en dat de afbouw en beëindiging van de subsidie binnen de beleidsvrijheid van de gemeente valt. De aankondiging van de afbouw in 2019 werd gezien als een voor bezwaar en beroep vatbare mededeling, maar niet als een besluit tot weigering van subsidie. De daadwerkelijke afbouw begon met de subsidieverlening in 2020.
Verder concludeert de rechtbank dat er geen inspanningsverplichting van de gemeente bestond om integratie met De Domijnen af te dwingen en dat er geen afspraken of toezeggingen waren die een dergelijke verplichting zouden creëren. Ten aanzien van de personele frictiekosten stelt de rechtbank vast dat Artamuse na haar verzelfstandiging in 2011 zelf verantwoordelijk was voor deze kosten en dat de gemeente niet aansprakelijk is voor wachtgeldverplichtingen.
De rechtbank acht de redelijke termijn voor de afbouw en beëindiging van de subsidie in acht genomen en wijst de beroepen ongegrond. Er is geen strijd met de Algemene wet bestuursrecht of algemene beginselen van behoorlijk bestuur vastgesteld.