ECLI:NL:RVS:2013:BZ9097
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidie aan NiNsee door staatssecretaris gegrond verklaard
NiNsee, opgericht in 2002 met de opdracht het Nederlands slavernijverleden onder de aandacht te brengen, ontving sinds 2009 jaarlijks een instellingssubsidie van de Rijksoverheid. Bij besluit van 4 augustus 2011 maakte de staatssecretaris bekend de subsidie per 2013 te beëindigen vanwege bezuinigingen en beleidswijzigingen.
NiNsee stelde dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel, verwijzend naar een toezegging van de toenmalige minister in 2007 over voortzetting van het instituut. De Raad oordeelde dat deze toezegging niet bindend was voor opvolgende bewindslieden en dat de beleidsvrijheid van de staatssecretaris bij subsidiebeëindiging gerespecteerd moest worden.
Verder voerde NiNsee aan dat zij een langere termijn had moeten krijgen dan het NIOD-instituut, op grond van het gelijkheidsbeginsel. De Raad verwierp dit omdat NIOD onder een wettelijke financieringsregeling valt, waardoor de situaties niet vergelijkbaar zijn.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen, dat NiNsee voldoende tijd had om zich voor te bereiden op de beëindiging, en dat het hoger beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot beëindiging van de subsidie aan NiNsee per 2013 en verklaart het hoger beroep ongegrond.