Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2021
in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2021.
Rechtbank Limburg
Eiseres werd op 7 oktober 2019 aangehouden op verdenking van rijden onder invloed van alcohol met een beginnersrijbewijs. Een ademanalyse toonde een alcoholgehalte van 605 µg/l, ruim boven de wettelijke grens van 570 µg/l voor beginnende bestuurders. Verweerder legde een onderzoek naar haar rijgeschiktheid op en schorste haar rijbewijs.
Eiseres betwistte de meting en stelde dat zij vlak voor de test alcoholhoudende chocoladebonbons had gegeten, wat mondalcohol zou veroorzaken. Ook voerde zij aan niet geïnformeerd te zijn over een mogelijke bloedtest en ontkende zij de verklaring over het drinken van vijf glazen wijn. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht mocht afgaan op het proces-verbaal en dat de stellingen van eiseres onvoldoende waren onderbouwd.
Verder voerde eiseres aan dat de schorsing haar werk en inkomen schaadde, waardoor het besluit onevenredig zou zijn. De rechtbank stelde dat de regeling dwingendrechtelijk is en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde het recht van verweerder om het onderzoek naar de rijgeschiktheid op te leggen en de schorsing van het rijbewijs te handhaven. De uitspraak werd gedaan door rechter G. Leijten op 31 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de schorsing van haar rijbewijs wordt ongegrond verklaard.