Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juli 2021 in de zaken tussen
[eiser] hodn [handelsnaam] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.
(rechtbank:sic)en door er tevens voor te zorgen dat de afzuiging van het biofilter, alsmede het biofilter zelf naar behoren functioneert”.
,worden gebracht. Dit is slechts in uitzonderlijke gevallen anders, bijvoorbeeld als evident is dat er geen overtreding is gepleegd of dat betrokkene geen overtreder is, zo blijkt uit uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), zie onder meer die van 15 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1567). Niet gesteld of gebleken is dat van een dergelijk uitzonderlijk geval sprake is.
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1 voor zover dat de last onder dwangsom voor geurhinder betreft;
- bepaalt dat verweerder in plaats van het vernietigde besluitonderdeel een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep tegen de invorderingsbeschikking van 24 januari 2020 gegrond en vernietigt die beschikking;
- verklaart het beroep tegen de invorderingsbeschikking van 16 juni 2020 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.564,-.
.