ECLI:NL:RVS:2019:1567
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding recreatiewoningen in Putten
Het college van burgemeester en wethouders van Putten legde aan appellanten een last onder dwangsom op wegens het niet beëindigen van de huisvesting van personen die de recreatiewoningen gebruikten als woonadres en sociaal centrum. Na controles in november 2016 werd een dwangsom van €10.000 per maand ingevorderd.
Appellanten betwistten de overtreding en voerden onder meer aan dat de verklaringen in de controlerapportages onbetrouwbaar waren vanwege taalbarrières en dat de invorderingsbeschikkingen onrechtmatig waren. De rechtbank oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de lasten niet waren nageleefd en wees de beroepen af.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die invordering in de weg staan. Ook is geen sprake van een uitzonderlijk geval waarin de overtreding niet aannemelijk is. De Raad acht de vaststellingen in de controlerapportages deugdelijk en controleerbaar, en ziet geen reden de invordering te vernietigen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de invordering van de dwangsom wegens het niet naleven van de last onder dwangsom.