ECLI:NL:RBLIM:2021:7539
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging projectplan plasdraszone Kwistbeek wegens onvoldoende belangenafweging
Verweerder stelde op grond van artikel 5.4 van de Waterwet een projectplan vast voor de herinrichting van de Kwistbeek, waaronder de aanleg van een plasdraszone van gemiddeld twee meter breed aan de zuidzijde. Eisers, eigenaren van aangrenzende percelen, voerden aan dat het opschuiven van teelt-, mest- en spuitvrije zones hun gebruik van de percelen belemmert en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat verweerder niet inzichtelijk had gemaakt hoe de belangen van alle betrokkenen waren afgewogen en dat het motiveringsgebrek niet was hersteld. Verweerder kreeg de gelegenheid dit te doen en diende een aanvullende motivering in, waarin per perceel werd beschreven hoeveel de gebruiksbeperking bedraagt en waarom de gekozen variant van de plasdraszone de belangen zo veel mogelijk beperkt.
De rechtbank achtte deze aanvullende motivering voldoende om het motiveringsgebrek te herstellen. Eisers voerden nog bezwaren aan over de noodzaak en breedte van de plasdraszone en de financiële compensatie, maar deze werden niet gegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de plasdraszone betreft wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 van de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:74 Awb Pro.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het projectplan voor de plasdraszone Kwistbeek wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na herstel van het motiveringsgebrek.