Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
mama kom mij nu halen” en “
Je moet nu komen, je moet nu komen. Ik heb iets gedaan wat niet mag.” De verdachte was in paniek en vertelde waar hij stond. Zijn ouders zijn meteen naar hem toegereden. De moeder van de verdachte heeft telefonisch nog gevraagd of hij iemand had verwond, waarop de verdachte “
ja”antwoordde. Vervolgens is de verdachte bij zijn ouders in de auto gestapt en heeft hij onder andere tegenover zijn vader verklaard dat [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: het slachtoffer, [slachtoffer] ) naar hem toe was gekomen. Even later is verdachtes vader naar een agent gerend. [5]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
culpa in causa). Bovendien heeft de officier van justitie de indruk dat de verdachte een berekenende proceshouding heeft aangenomen, mogelijk om een straf te ontlopen, wat een contra-indicatie is voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid. De verdachte is dan ook strafbaar voor het aan hem ten laste gelegde, al kan dit hem slechts in verminderde mate worden toegerekend.
culpa in causa.
6.De maatregel
naar de rechtbank begrijpt: indien de rechtbank niet mocht komen tot een volledig ontoerekeningsvatbaar verklaring) en de maatregel van TBS met voorwaarden. Daarbij is van belang dat de deskundige Gunnewijk ter terechtzitting heeft verklaard dat de maatregel van TBS met dwangverpleging onwenselijk en niet noodzakelijk is. De raadsman heeft zich gerefereerd aan de door de officier van justitie gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel van TBS met voorwaarden en aan de gevorderde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt de verdachte vrij van het aan hem primair ten laste gelegde;
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor niet strafbaar en ontslaat hem ter zake van alle rechtsvervolging;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden, waar de veroordeelde zich tijdens de duur van de maatregel aan dient te houden:
Dadelijke uitvoerbaarheid
dadelijk uitvoerbaaris;
legt aan de verdachte op de maatregelstrekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking
van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 26.079,50, bestaande uit € 6.079,50 materiële schade en € 20.000,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van
- wijst de vordering ten aanzien van de meer gevorderde materiële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer,
[benadeelde 1],
van € 26.079,50,bij niet betaling en verhaal
te vervangen door 165 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 januari 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening; - bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 20.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 januari 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 2]
, van € 20.000,-,bij niet betaling en verhaal
te vervangen door 135 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 januari 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening; - bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 4] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 5] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 6] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 7] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] af;
- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 8] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
- broek (goednummer PL2300-2021011737-1388388);
- schoenen (goednummer PL2300-2021011737-1388392);
- mes zwart (goednummer PL2300-2021011737-1388405);
- hoes mes (goednummer PL2300-2021011737-1388507);
- mes in houder (goednummer L2300-2021011737-1388515).