ECLI:NL:RBLIM:2022:4404
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelwijze vernietiging besluit inzage persoonsgegevens en bevestiging nieuw besluit
Eiseres verzocht inzage in haar persoonsgegevens bij verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Maastricht. Verweerder nam op 24 augustus 2018 een besluit op dit verzoek, gevolgd door een bestreden besluit van 18 december 2018 dat bezwaar deels ongegrond verklaarde. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit gebreken vertoonde, waaronder het ontbreken van een bevoegde ondertekening, schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en het niet herroepen van het eerdere besluit.
Verweerder kreeg de gelegenheid deze gebreken te herstellen en nam op 21 september 2021 een nieuw besluit waarin het eerdere besluit werd herroepen, de ondertekeningsgebreken werden hersteld en de inhoudelijke beslissing werd aangepast met een overzicht van persoonsgegevens. Eiseres voerde aan dat het overzicht onvolledig was en dat verweerder ook e-mails had moeten bewaren, maar de rechtbank oordeelde dat het overzicht voldoende was en dat verweerder niet gehouden was alle e-mails te bewaren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigde het besluit voor zover het niet voldeed aan de genoemde vereisten, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand omdat deze met het nieuwe besluit waren hersteld. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af, omdat het betaalde griffierecht werd doorgeschoven naar de van rechtswege ontstane beroepsprocedure en er geen proceskosten waren gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond verklaard en deels vernietigd, het beroep tegen het nieuwe besluit is ongegrond verklaard.