Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser betwistte de eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg (Wlz) over de periode van 8 juli tot en met oktober 2019, omdat hij stelde in die periode geen of onvoldoende Wlz-zorg te hebben ontvangen. Verweerder, het Centraal Administratie Kantoor (CAK), baseerde zich op informatie van de zorgaanbieder Radar, die verklaarde dat eiser nog steeds zorg met verblijf ontving en dat de zorgregistratie juist was.
De rechtbank stelde vast dat eiser zelfstandig ging wonen per 8 juli 2019 en dat er sprake was van een verstoorde relatie tussen eiser en Radar. Desondanks was onvoldoende onderbouwd dat de geleverde zorg niet kwalificeerde als Wlz-zorg. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd om de juistheid van de zorggegevens te betwisten, terwijl verweerder meerdere malen hoor en wederhoor had toegepast.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder geen bevoegdheid had om de eigen bijdrage kwijt te schelden of te matigen, en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij door invordering in financiële nood zou komen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser de volledige eigen bijdrage verschuldigd is over de genoemde periode.
Uitkomst: Eiser moet de volledige eigen bijdrage voor Wlz-zorg over juli tot oktober 2019 betalen.