ECLI:NL:CRVB:2020:455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage kosten maatwerkvoorziening begeleiding groep door CAK
Betrokkene, bekend met meerdere aandoeningen, kreeg op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor begeleiding groep toegekend. CAK bracht een bijdrage in rekening voor zorg en ondersteuning, welke betrokkene betwistte met het argument dat zij geen gebruik had gemaakt van de zorg.
CAK baseerde zich op de gegevens van de zorgaanbieder die stelde dat betrokkene twee dagdelen per week deelnam aan dagbesteding. De rechtbank oordeelde dat CAK terecht van deze gegevens uitging omdat betrokkene onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om de juistheid te betwisten.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat er geen zorgleveringsovereenkomst was en dat betrokkene geen gebruik wilde maken van de diensten. Ook werd gesteld dat de activiteiten algemeen toegankelijk waren en niet onder de maatwerkvoorziening vielen. De Raad oordeelde dat de feitelijke deelname aan activiteiten voldoende was en dat CAK terecht uitging van de gegevens van de zorgaanbieder.
Verder stelde de Raad dat de kostprijs van de maatwerkvoorziening door het college was vastgesteld en dat CAK alleen mag toetsen of de bijdrage deze kostprijs overschrijdt. De bijdrage van €174,24 overschreed deze kostprijs niet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.