ECLI:NL:RBLIM:2022:7568
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugshandel
Eiser maakte bezwaar tegen een last onder bestuursdwang waarbij zijn woning voor zes maanden werd gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van verdovende middelen, een vuurwapen en geld in het pand.
De politie trof op de begane grond 712 gram heroïne, 137 gram cocaïne, een vuurwapen en €14.140 aan, terwijl op de tweede verdieping waar eiser woonde 14 gsm-toestellen werden gevonden. Verweerder sloot het gehele pand, omdat het pand als één geheel wordt beschouwd en sluiting noodzakelijk is om drugshandel te bestrijden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was het hele pand te sluiten gezien de feitelijke situatie met één voordeur, één meterkast en een open achterdeur die toegang gaf tot de ruimte met drugs. Hoewel eiser niet betrokken was bij de drugs, kan hem een verwijt worden gemaakt vanwege onvoldoende toezicht en het niet deugdelijk afsluiten van het pand.
De rechtbank vindt dat de sluiting evenredig is, omdat eiser geen zodanige nadelige gevolgen heeft gesteld die de sluiting onaanvaardbaar maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wordt ongegrond verklaard en de sluiting van het gehele pand blijft van kracht.