ECLI:NL:RVS:2016:2456
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit woning op achterste deel perceel wegens strijd met Opiumwet
De burgemeester van Vianen heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een perceel met bedrijfsbebouwing en woningen vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en aanwijzingen voor georganiseerde drugshandel. Appellant sub 2 is eigenaar van het perceel en appellant sub 1 huurde een woning op het achterste deel van het perceel.
De rechtbank verklaarde de beroepen van beide appellanten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de burgemeester de sluiting van het gehele perceel, inclusief woningen en bedrijfsruimten, redelijk had gemotiveerd en dat de woning van appellant sub 2 vanwege de samenhang met de drugshandel gesloten mocht worden. De woning van appellant sub 1 werd eveneens gesloten, hoewel deze niet in directe verbinding staat met de bedrijfsbebouwing.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht de bedrijfswoning van appellant sub 2 en de aan die bedrijfsbebouwing verbonden bedrijfsruimten mocht sluiten, gezien de ernst van de feiten en de samenhang. Echter, de voormalige woning van appellant sub 1 op het achterste deel van het perceel staat niet in zodanige relatie tot de drugshandel en is niet via het bedrijfsperceel bereikbaar, zodat sluiting daarvan niet gerechtvaardigd is. De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het de woning van appellant sub 1 betreft en verklaart zijn hoger beroep gegrond, terwijl het hoger beroep van appellant sub 2 wordt verworpen.
Daarnaast veroordeelt de Raad de burgemeester tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1. De uitspraak van de Raad treedt in de plaats van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning van appellant sub 1 wordt vernietigd, het hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard.