Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In de bijlage van dit bericht treft u de bouwvergunning van het perceel [adres] aan. Volgens de vergunning mag er een rijhal met een ponystalling worden gerealiseerd.
Daar er niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning een begin is gemaakt met de werkzaamheden kunnen wij op grond van het gestelde in artikel 2.33 lid 2a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de vergunning intrekken. Daarbij is de vergunning niet op naam gezet van u als nieuwe eigenaar van het betreffende perceel.
Verder geeft u aan, dat de werkzaamheden betreffende de bouw reeds zijn gestart. Echter zijn er door ons, behalve een fundering die er al 10 jaar ligt, geen werkzaamheden meer geconstateerd. Daarbij is het houden van paarden op deze locatie niet is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Dit is in een mailwisseling van augustus/september via [naam bedrijf] naar u gecommuniceerd. Ik verzoek u om telefonisch contact met mij op te nemen betreffende het bovenstaande.”
Wij hebben er voor gekozen alle vergunningen in te trekken, indien deze na het
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
,en openbaar gemaakt op 10 februari 2023.