Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 november 2022
- de akte van [eiser]
- de akte van ZoWonen.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van eiser om de huurovereenkomst van zijn overleden vader voort te zetten en zelf huurder te worden van de woning. De vader was sinds 1984 huurder van ZoWonen en woonde in de woning tot opname in een verzorgingshuis in maart 2021. Eiser woonde op enig moment ook in de woning en vroeg om voortzetting van de huur na het overlijden van zijn vader in december 2021.
ZoWonen voerde verweer dat de huur was opgezegd door de broer van eiser namens de vader, maar de rechtbank oordeelde dat deze opzegging geen rechtsgeldige werking had omdat de broer daartoe niet bevoegd was. De bewindvoerder van de vader had ook geen ondubbelzinnige huuropzegging gedaan. De vraag was of eiser aanspraak kon maken op voortzetting van de huur op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overleden huurder.
De rechtbank overwoog dat enkel samenwonen niet voldoende is voor een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Eiser kon onvoldoende bewijs leveren van wederkerigheid en duurzaamheid van de huishouding. De progressieve dementie van de vader en het feit dat eiser pas kort voor opname bij hem introk, maakten een duurzame huishouding onwaarschijnlijk. Daarom werd de vordering afgewezen.
De reconventionele vordering van ZoWonen tot ontruiming en betaling van huur werd toegewezen. De ontruimingstermijn werd gesteld op dertig dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde sterke arm werd afgewezen, maar ZoWonen kan zelf executeren. Eiser werd veroordeeld in proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de betalingsverplichtingen en proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot voortzetting van de huur na overlijden van de vader wordt afgewezen; eiser moet woning ontruimen en huur betalen.