Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, uit [plaats] , tezamen verzoekers
Rechtbank Limburg
Verzoekers huurden een woning waarin bij een politieonderzoek 56 gram amfetamine en 241,5 gram hennep werden aangetroffen, wat verweerder kwalificeerde als handelshoeveelheid drugs. Verweerder besloot daarop de woning voor zes maanden te sluiten. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of verweerder bevoegd was tot sluiting en of deze bevoegdheid redelijk was uitgeoefend. Hoewel de hoeveelheden drugs de grens van gebruikershoeveelheid overschreden, maakte verweerder onvoldoende aannemelijk dat de woning als drugspand bekend stond of dat er handel vanuit de woning plaatsvond. De door verweerder overgelegde foto’s van weegschaal en gripzakjes waren onvoldoende onderbouwd en de melding over dealen was onduidelijk.
Daarnaast bracht verzoeker een medische situatie in, maar deze was onvoldoende actueel onderbouwd om een bijzondere situatie aan te tonen. Gelet op de belangenafweging en het gebrek aan voldoende motivering van de noodzaak tot sluiting, werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak door verweerder.