Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
dat het perceel van eiseres in de oude situatie de hoogste waarde van € 350.000,- ontleende aan een gebruik voor woondoeleinden (vijf eengezinswoningen met een bebouwde oppervlakte van 90 m² op een kavel van 300 m², gecombineerd met een gebruik ten behoeve van bedrijfsdoeleinden in de vorm van opslag en/of parkeerterrein). In de nieuwe situatie ontleent het perceel zijn hoogste waarde van € 315.000,- aan bedrijfsbebouwing met kantoorruimte met een oppervlakte van circa 3.000 m². Aldus is er een directe vermogensschade van € 35.000,-. Met de in 2016 verleende omgevingsvergunning voor de bedrijfswoning is sprake van herstel van een eerder verloren gegane bebouwingsmogelijkheid waardoor, voor dat deel, de waarde van aanvragers perceel is toegenomen met € 39.000,-. Als de gemeente zou overwegen de met aanvrager gesloten planschadeovereenkomst te ontbinden en aan hem in rekening gebrachte kosten ten bedrage van € 26.861,13 te verrekenen met de ontstane vermogenswaardestijging, moet onder deze omstandigheden worden geconcludeerd dat sprake is van het ter grote van € 12.138,87 anderszins verzekerd zijn van de schade. De vergoedbare schade bedraagt dan € 22.861,13.”
Compensatie in natura
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 30 januari 2020 nietontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 november 2020 ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 4.491,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2023.