Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 25 mei 2023
2.De feiten
3.Het geschil
- € 1.353,96 bruto wegens het niet nakomen van de aanzegverplichting als bedoeld in artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling,
- € 262,19 bruto aan transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW Pro, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling,
- € 808,08 bruto aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling,
- € 363,63 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling,
- de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van de beschikking tot de dag van volledige betaling.