ECLI:NL:RBLIM:2023:4241
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens handelshoeveelheid amfetamine
Verzoekster is geconfronteerd met een besluit van de burgemeester om haar woning voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid amfetamine in de schuur van de woning. De burgemeester baseert dit op een onderzoek waarbij drugs en verpakkingsmateriaal werden aangetroffen, en stelt dat de woning betrokken is bij drugshandel. Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet, maar stelt dat de noodzaak en evenredigheid van de sluiting beperkt zijn. Er is geen sprake van overlast of loop naar de woning en het tijdsverloop van bijna acht maanden sinds de vondst van de drugs maakt de sluiting minder noodzakelijk. De verwijtbaarheid van verzoekster wordt als beperkt beoordeeld, omdat zij onvoldoende toezicht hield maar niet wist van de drugs.
Gezien de grote gevolgen van de sluiting voor verzoekster en haar jonge kinderen en het voorlopige karakter van het oordeel, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De sluiting wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De woning mag niet worden gesloten tot twee weken na de beslissing op bezwaar.