ECLI:NL:RVS:2022:1916
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.J.M. Baldinger
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horeca-inrichting wegens ernstige drugsgerelateerde overtredingen en overlast
De burgemeester van Gouda heeft op 4 september 2019 besloten de horeca-inrichting van appellant te sluiten voor negen maanden vanwege het aantreffen van 9,7 gram hasj, een cash center dat vermoedelijk voor illegaal gokken werd gebruikt, en diverse incidenten van overlast en geweld. Dit besluit werd gehandhaafd in bezwaar en door de rechtbank bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de aangetroffen hasj niet onderzocht was door het NFI, dat de verklaring van een getuige over 'fake hasj' geloofwaardig was, en dat de burgemeester onvoldoende rekening hield met sepots en vrijspraken. Ook werd betwist dat er sprake was van schijnbeheer en dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht mocht uitgaan van de bestuurlijke rapportages en het proces-verbaal, dat de verklaring van de getuige niet geloofwaardig was, en dat er voldoende aanwijzingen waren voor een ernstige situatie conform de Beleidsregels Opiumwet. De sluiting was noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde en evenredig gezien de omstandigheden en verwijtbaarheid van appellant.
Het verzoek om een politieambtenaar als getuige te horen werd afgewezen wegens onvoldoende meerwaarde. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de burgemeester geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de horeca-inrichting voor negen maanden wegens drugsgerelateerde overtredingen en overlast.