Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen
- de mondelinge behandeling op 16 november 2023.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De werknemer trad op 9 januari 2023 in dienst bij JRT Paintings B.V. als algemeen medewerker voor de duur van één jaar. Vanaf het begin was de werknemer regelmatig afwezig zonder geldige reden, waarbij hij zich op het laatste moment afmeldde wegens 'problemen thuis' en telefonisch onbereikbaar bleef.
Nadat de werknemer geen eigen vervoer meer had, stond de werkgever hem uit coulance toe gebruik te maken van een bedrijfsbus voor woon-werkverkeer. Enkele maanden later werd hem medegedeeld dat dit niet langer was toegestaan. Op 31 maart 2023 meldde de werknemer dat hij stopte met werken omdat hij geen vervoermiddel had en weigerde hij te hervatten.
De werkgever kwalificeerde dit als werkweigering en stelde de werknemer in gebreke, waarbij loonbetaling werd opgeschort. De werknemer reageerde niet en werkte niet meer. De werkgever verzocht daarop om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever niet verplicht was het vervoer te regelen en dat de werknemer zonder geldige reden niet werkte. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met onmiddellijke ingang, zonder rekening te houden met de opzegtermijn. De bewindvoerder van de werknemer, die niet was verschenen, werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met onmiddellijke ingang wegens werkweigering na intrekking gebruik bedrijfsbus.