Werknemer trad op 1 januari 2023 in dienst bij WK-Installatietechniek B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die daarna onder dezelfde voorwaarden werd voortgezet. Op 19 augustus 2023 werd hij volgens werkgever op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal, werken voor derden, ongeoorloofd privégebruik van een bedrijfsvoertuig, vermoed alcohol- en drugsgebruik. Deze dringende redenen werden echter pas op 22 augustus 2023 schriftelijk medegedeeld.
Werknemer betwistte de beschuldigingen en stelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was, mede omdat de dringende redenen niet onverwijld waren meegedeeld. Werkgever verscheen niet in de procedure en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat er dringende redenen waren en dat de mededeling niet onverwijld heeft plaatsgevonden.
Daarom werd het ontslag op staande voet vernietigd en bleef de arbeidsovereenkomst bestaan. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 19 augustus 2023, inclusief achterstallig loon over maart, mei en augustus 2023, vakantiebijslag, wettelijke rente en verhoging. Tevens werd werkgever verplicht binnen twee weken loonstroken vanaf januari 2023 te verstrekken, met een dwangsom bij nalatigheid.