Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
16 september 2022 aan de OU heeft de (vorige) gemachtigde van [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] bevestigd dat [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] een carrièreswitch beoogde en een opleiding wilde volgen, die al dan niet deels gefinancierd zou worden door de OU. Uiteindelijk hebben partijen op 19 januari 2023 een vaststellingsovereenkomst ondertekend. Op grond van deze vaststellingsovereenkomst zou de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2023 eindigen, zou [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] tot die datum vrijgesteld zijn van zijn werk en werd aan hem een vergoeding toegekend. Op 6 februari 2023 heeft [verweerder, verzoeker in het tegenverzoek] deze overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
3.Het geschil
4.De beoordeling
ernstigverwijtbaar.