Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, verweerder
Inleiding
beleid met betrekking tot Q4 gemeente Venlo vanaf 2015, waaronder: subsidies, onderzoeken, meldingen van vermoede misstanden, klachten, aangiften Openbaar Ministerie Limburg (24 januari 2017, 20 maart 2018, 27 oktober 2019)”.
Beoordeling door de rechtbank
14 december 2016 en dat er ook geen documenten zijn gevonden bij de provincie, die inhoudelijk gaan over deze bijeenkomst. Het betoog van eiser dat van deze bijeenkomst wel een notitie is opgesteld door een ambtenaar van de gemeente Venlo, is onvoldoende om aan te nemen dat deze notitie met verweerder is gedeeld of voor verweerder was bestemd.
e-mailadressen van derden zijn de domeinnamen niet weggelakt. De overige e-mails betreffen interne e-mails, waarbij vaak niet het hele e-mailadres (inclusief domeinnaam) verschijnt, maar alleen de naam van de medewerker van verweerders organisatie, welke naam vervolgens is weggelakt. Verweerder heeft verder in het verweerschrift toegelicht dat alle e-mails die zien op communicatie met derden (documenten 6, 10, 11 en 33) de volgende domeinnamen betreffen: @mgl.nl, @live.nl, @ziggo.nl en @venlo.nl. In het bestreden besluit is verder opgenomen dat de ambtenaren wiens naam is weggelakt, niet uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden.
waarheidsvinding en controle op een goede en democratische bestuursvoering”. Uit het aanvullend beroepschrift van 16 februari 2022 blijkt dat eiser de volgende vragen aan de getuigen wil stellen:
Wat is door wie exact besproken met de CdK?
.Daarmee is de redelijke termijn van twee jaar overschreden. Eiser heeft daarom recht op een immateriële schadevergoeding van € 1.000,00. De overschrijding is volledig toe te rekenen aan de rechtbank.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de schade aan eiser wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 1.000,00;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 19,94.