ECLI:NL:RVS:2022:1743
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.J. Schueler
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering openbaarmaking documenten over overlast in Medemblik
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Medemblik om openbaarmaking van documenten met betrekking tot overlast toegeschreven aan een locatie in Andijk en aan bewoners, alsmede communicatie tussen overheidsinstanties en buren. Het college maakte enkele documenten geheel of gedeeltelijk openbaar, maar weigerde openbaarmaking van andere documenten vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde documenten buiten het verzoek vielen en dat het college ten onrechte te veel documenten had geweigerd op privacygronden. Tevens stelde appellant dat het college documenten aan derden had verstrekt die niet openbaar gemaakt hadden mogen worden en dat het niet verstrekken van een zienswijze aan appellant een gebrek vormde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten onder het college berusten dan openbaar zijn gemaakt. De Afdeling bevestigde dat het college terecht documenten op grond van privacy heeft geweigerd. Het verstrekken van stukken aan derden in een zienswijzeprocedure betekent geen openbaarmaking. Wel werd geoordeeld dat het college onterecht de zienswijze van een buurman niet aan appellant had verstrekt, maar dat appellant daardoor niet in zijn belangen was geschaad. Wel had de rechtbank ten onrechte nagelaten het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, hetgeen de Afdeling alsnog gelastte.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, college veroordeeld tot vergoeding proceskosten en griffierecht, inhoudelijke weigering openbaarmaking bevestigd.