Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 528,00(2 x tarief € 264,00)
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en verhuurders over diverse kosten na beëindiging van een huurovereenkomst voor een zelfstandige woonruimte in Maastricht. De huurder vordert terugbetaling van onterecht in rekening gebrachte administratiekosten, een onrechtmatige huurverhoging, te veel betaalde voorschotten servicekosten en de niet terugontvangen waarborgsom.
De kantonrechter oordeelt dat de administratiekosten onredelijk zijn en nietig, waardoor deze terugbetaald moeten worden. De huurverhoging per 1 maart 2021 is onrechtmatig omdat deze niet aan wettelijke voorwaarden voldoet en wordt eveneens toegewezen. De huurcommissie heeft vastgesteld dat de servicekosten te hoog zijn voorgeschoten, waardoor de verhuurders deze bedragen moeten terugbetalen. De verhuurders hebben geen bewijs geleverd van schade aan de woning, zodat de waarborgsom volledig aan de huurder moet worden teruggegeven.
De vordering van de verhuurders in reconventie wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De verhuurders worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de proceskosten, met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een correcte aanmaning.
Uitkomst: De verhuurders worden veroordeeld tot terugbetaling van € 4.057,56 met wettelijke rente en proceskosten, en de vordering in reconventie wordt afgewezen.