Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
De Burgemeester van de gemeente Maastricht
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
30 december 2020 neergelegd.
Rechtbank Limburg
Eiser huurt een lokaal in Maastricht waar op 23 december 2020 een handelshoeveelheid van drie kilogram hennep werd aangetroffen. De burgemeester besloot het lokaal voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de sluiting onnodig en onevenredig was, onder meer vanwege het tijdsverloop en zijn psychische problematiek.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat, mede vanwege recidive en de kwetsbare omgeving. Het tijdsverloop werd niet als onredelijk beschouwd, gezien de noodzaak van nader onderzoek en coronamaatregelen. De rechtbank vond geen sprake van een gerechtvaardigde verwachting dat de sluiting niet zou plaatsvinden.
Wat betreft de evenredigheid stelde de rechtbank dat eiser als huurder redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de drugshandel in het lokaal. De psychische problematiek van eiser werd onvoldoende onderbouwd om de sluiting onevenredig te achten. Eiser had geen bijzondere binding met het lokaal aangetoond. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de sluiting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van het lokaal voor zes maanden.