ECLI:NL:RVS:2017:1362
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- R.J.J.M. Pans
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Maastricht heeft op 28 augustus 2014 de woning van appellante gesloten voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van een drugslaboratorium en een hoeveelheid amfetamine die duidt op handel. Appellante stelde dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting omdat er geen verkoop in de woning was geconstateerd en dat het Damoclesbeleid niet voldeed aan proportionaliteit en subsidiariteit.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat de burgemeester terecht handhavend optrad op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De aanwezigheid van een hoeveelheid amfetamine van 0,99 kg, ruim boven de hoeveelheid voor eigen gebruik, en de productiecapaciteit van 80 tot 120 kg amfetaminepasta rechtvaardigen de sluiting. De burgemeester hoefde niet te bewijzen dat de drugs vanuit die woning werden verkocht, aflevering of verstrekking was voldoende.
Verder werd geoordeeld dat het Damoclesbeleid passend is, ook zonder een strikt stappenplan, omdat bij handelshoeveelheden harddrugs een sluiting gerechtvaardigd is. Appellante kon als huurder verantwoordelijk worden gehouden voor de situatie in de woning, ook al was haar zoon de exploitant van het laboratorium. De sluiting was noodzakelijk om herhaling te voorkomen en in overeenstemming met artikel 8 EVRM Pro. De Afdeling verwierp ook het betoog dat de sluiting een strafsanctie zou zijn en bevestigde dat het een herstelsanctie betreft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens handel in harddrugs.