ECLI:NL:RBLIM:2024:2337
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot registratie echtscheiding in basisregistratie personen
Eiser, met de Syrische nationaliteit, verzocht om zijn echtscheiding uit 2012 te laten registreren in de basisregistratie personen (brp). Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het zou gaan om een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een herhaalde aanvraag, omdat het verzoek tot registratie van de echtscheiding een ander rechtsgevolg heeft dan het eerdere verzoek om het huwelijk te schrappen. Hierdoor is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit vernietigd.
Desondanks blijft de rechtbank bij haar oordeel dat het bewijs voor de echtscheiding onvoldoende is. Verweerder heeft de bewijswaarde van de overgelegde Syrische (sharia)rechtbankuitspraak onderzocht via het Bureau Documenten van de IND, dat geen oordeel kon geven vanwege gebrek aan betrouwbaar vergelijkingsmateriaal. De rechtbank acht de vergewisplicht van verweerder hiermee vervuld en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Eiser krijgt een vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. De rechtbank adviseert eiser een echtscheidingsprocedure in Nederland te starten om alsnog een rechtsgeldige echtscheidingsverklaring te verkrijgen die in de brp kan worden geregistreerd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.