Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 december 2023 met de producties 1 tot en met 37,
- de conclusie van antwoord met de producties 1 tot en met 13,
- de op 9 januari 2024 ontvangen aanvullende producties 38 tot en met 42 van de zijde van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling gehouden op 11 januari 2024,
- de spreekaantekeningen zonder producties van de zijde van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordelingSpoedeisend belang
Toetsingskader4.2. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Met betrekking tot een dergelijke voorziening in kort geding, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.