ECLI:NL:RBLIM:2024:951
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen eiser en toewijzing betaling en onrechtmatigheid bedreiging
In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde heeft de kantonrechter de vorderingen van eiser afgewezen en het verstekvonnis vernietigd voor zover daarin vorderingen tegen gedaagde waren toegewezen. Gedaagde had verzet ingesteld tegen het verstekvonnis, dat gegrond werd verklaard.
De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling van €400,00 als lening en €444,00 op grond van een overeenkomst, omdat eiser deze bedragen niet had betwist. Daarnaast werd vastgesteld dat eiser zich onrechtmatig heeft gedragen jegens gedaagde door hem en zijn gezin te bedreigen met e-mails waarin onder meer werd gedreigd met het 'kapot maken' van gedaagde en zijn familie.
Eiser kon geen rechtvaardigingsgrond voor zijn bedreigingen aantonen, waardoor de onrechtmatigheid werd vastgesteld. Echter, gedaagde had onvoldoende onderbouwd dat hij schade had geleden door deze bedreigingen, zodat een schadevergoeding werd afgewezen. De proceskosten werden aan de zijde van gedaagde vastgesteld op nihil en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de betalingsveroordelingen.
Uitkomst: Vorderingen eiser afgewezen, eiser veroordeeld tot betaling van €844,00 en onrechtmatig handelen vastgesteld wegens bedreiging.