In deze cassatieprocedure vordert Marba betaling van openstaande facturen en wordt de memorie van grieven niet tijdig ingediend, waarna het hof akte niet-dienen verleent. Marba verzoekt terug te komen van deze beslissing, wat door het hof wordt afgewezen met het argument dat de memorie niet tijdig is ontvangen.
De Hoge Raad overweegt dat de rechter bevoegd en gehouden is terug te komen van een akte niet-dienen als naderhand blijkt dat de eerdere beslissing berustte op een onjuiste of onvolledige feitelijke grondslag, ook zonder uitzonderlijke omstandigheden. Dit betekent een gedeeltelijke terugkeer van het arrest HR 4 september 2015.
Gezien het feit dat de memorie op tijd aan de postdienst is aangeboden en dat vertraging bij de postdienst lag, en dat Marba door de akte niet-dienen ernstig wordt geschaad terwijl Salling niet materieel is benadeeld, is het hof tekortgeschoten in de motivering van het niet-terugkomen. De Hoge Raad vernietigt daarom de rolbeslissingen van 30 november 2021 en 4 januari 2022 en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.