Verzoekers, bestaande uit natuurlijke personen en rechtspersonen, hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning verleend aan Waterschap Limburg voor het vellen van houtopstanden en het uitvoeren van werkzaamheden langs een perceel in Sittard-Geleen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoekers geen belanghebbenden zijn omdat zij geen feitelijke gevolgen van betekenis ondervinden van het besluit. De natuurlijke personen wonen op 300 tot 400 meter afstand zonder zicht op de werkzaamheden, terwijl de rechtspersonen een belang behartigen dat niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening zijn vervuld, maar dat het spoedeisend belang wel aanwezig is vanwege de dreigende onomkeerbare schade als de houtopstanden niet tijdig worden geveld. Desondanks weegt het belang van het Waterschap en het college zwaarder omdat verzoekers niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.
Daarbij is ook overwogen dat verzoekers waarschijnlijk niet-ontvankelijk zijn in de bezwaarprocedure omdat zij geen belanghebbenden zijn, waardoor de rechtmatigheid van het besluit niet kan worden aangetast. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en de omgevingsvergunning treedt met de uitspraak in werking.