ECLI:NL:RVS:2022:641
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Intrekking omgevingsvergunning voor herbouw recreatiewoning wegens niet-gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel heeft in 2018 de omgevingsvergunning voor de herbouw van een recreatiewoning ingetrokken omdat gedurende ten minste 52 weken geen bouwwerkzaamheden met gebruikmaking van de vergunning zijn verricht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ontvankelijk is, ondanks dat het hogerberoepschrift na zes weken werd ontvangen, omdat het tijdig ter post is bezorgd. De Afdeling constateert dat de uitspraak van de rechtbank niet op de juiste wijze openbaar is gemaakt, waardoor deze vernietigd wordt. De Afdeling bevestigt echter dat het college terecht de vergunning heeft ingetrokken op grond van het niet-gebruik gedurende de voorgeschreven termijn en dat het college een juiste belangenafweging heeft gemaakt.
De Raad van State wijst het beroep van appellante tegen het intrekkingsbesluit af. Het college heeft het juiste beleid toegepast en het bevoegdheidsgebrek in de ondertekening van het eerste besluit is hersteld in het bezwaarbesluit. De Afdeling oordeelt dat het college geen misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt en dat de nadelige financiële gevolgen voor appellante niet onevenredig zijn. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, maar het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft ingetrokken.