Verzoeker huurt een kamer in een complex waaruit op 27 augustus 2025 een handelshoeveelheid hard- en softdrugs, handelsattributen en een vuurwapen werden aangetroffen. De burgemeester besloot de kamer voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen. De aangetroffen hoeveelheden drugs overschrijden de toegestane gebruikershoeveelheden, en er zijn meerdere meldingen en observaties van drugshandel vanuit de kamer. De sluiting is geschikt, noodzakelijk en evenwichtig gelet op de ernst van de overtreding en het belang van de openbare orde.
Verzoeker stelde dat de middelen niet van hem waren en dat zijn gezondheidstoestand ernstig is, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Ook is niet gebleken dat hij geen alternatieve woonruimte kan vinden. De voorzieningenrechter bevestigt dat de sluiting een objectgebonden maatregel is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.