ECLI:NL:RBLIM:2025:1626
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering zorgtoeslag 2022 op basis van inkomensgegevens
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de definitieve berekening van de zorgtoeslag over 2022, waarbij verweerder een terugvordering van €125 heeft vastgesteld. Eiser betoogt dat het gezamenlijke netto inkomen niet hoger is dan de bijstandsnorm en dat de terugvordering het gevolg is van een onjuiste brutering. Tevens stelt eiser dat de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek per 1 januari 2025 terugvordering zou moeten verhinderen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij de berekening van de zorgtoeslag terecht is uitgegaan van de inkomensgegevens zoals opgenomen in de Basisregistratie inkomen (Bri). De wet verplicht het bestuursorgaan om deze gegevens te gebruiken en niet af te wijken. De rechtbank wijst het beroep af omdat de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek niet inhoudt dat verweerder van terugvordering moet afzien, maar dat gemeenten via de Participatiewet een oplossing moeten bieden.
Verder overweegt de rechtbank dat terugvordering van te veel betaalde toeslagen in beginsel volledig moet plaatsvinden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. In dit geval zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die matiging rechtvaardigen. Financiële problemen van eiser kunnen niet leiden tot matiging, maar er bestaat wel de mogelijkheid tot een persoonlijke betalingsregeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €125 zorgtoeslag over 2022 wordt ongegrond verklaard.