ECLI:NL:RBLIM:2025:248
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepteelt
Verzoeker, huurder van een woning in een Nederlandse plaats, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting was opgelegd na een politieonderzoek waarbij tien hennepplanten en attributen voor drugshandel werden aangetroffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hennepplanten uitsluitend voor eigen gebruik waren bestemd. Er waren ook meldingen van overlast en aanwijzingen van professionele hennepteelt en drugshandel. De burgemeester was daarom bevoegd om de woning te sluiten.
De voorzieningenrechter vond dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat, mede gezien de problematiek in de gemeente en de ligging van de woning in een kwetsbare wijk. De duur van 20 weken werd als evenwichtig en proportioneel beoordeeld, waarbij ook de belangen van verzoeker werden meegewogen.
Verzoekers argumenten over het niet ontvangen van het besluit, zijn gezondheid en de aanwezigheid van een minderjarige dochter werden niet aannemelijk gemaakt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de sluiting van de woning werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en het besluit tot sluiting voor 20 weken blijft van kracht.