ECLI:NL:RVS:2024:472
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs en openbare ordeherstel
Op 30 juli 2020 vond een bestuurlijke controle plaats in een woning te Tilburg, waar ongeveer 3730 gram amfetamine en diverse druggerelateerde goederen werden aangetroffen. De burgemeester gelastte daarop op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning voor zes maanden te sluiten.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de huurder, appellant, tegen deze sluiting ongegrond en oordeelde dat de sluiting noodzakelijk was ter handhaving van de openbare orde. Appellant stelde in hoger beroep dat de sluiting niet noodzakelijk noch evenwichtig was, onder meer vanwege zijn vrijspraak in een strafzaak en zijn medische situatie.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de belangenafweging niet onevenwichtig was. De vrijspraak in de strafzaak staat los van de bestuursrechtelijke maatregel. De gezondheidsproblemen van appellant rechtvaardigen geen bijzondere binding met de woning die sluiting zou verhinderen. De Raad van State bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens handel in harddrugs en acht deze maatregel noodzakelijk en evenwichtig.