ECLI:NL:RBLIM:2025:3338
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting na drugsvondst wegens onvoldoende motivering evenwichtigheid
Verzoekster huurt een seniorenwoning in Geleen en woont daar samen met haar zoon. Na een MMA-melding en politieonderzoek werden grote hoeveelheden softdrugs en attributen voor handel en productie aangetroffen in de woning. De burgemeester legde een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor drie maanden.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening zodat zij voorlopig in haar woning kon blijven wonen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting gezien de handelshoeveelheid drugs, maar dat de evenwichtigheid van de maatregel onvoldoende was gemotiveerd. Verzoekster kon geen verwijt worden gemaakt, mede vanwege haar ernstige medische situatie en het feit dat zij geen weet had van de drugs op de bovenverdieping.
Ook was onvoldoende aandacht besteed aan de moeilijkheid voor verzoekster om passende vervangende woonruimte te vinden. De burgemeester had niet voldoende gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een waarschuwing, bijvoorbeeld met de voorwaarde dat de zoon zich uitschrijft. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Daarnaast werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de woningsluiting wordt geschorst wegens onvoldoende motivering van de burgemeester.