ECLI:NL:RBLIM:2025:3843
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke matiging terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht en belangenafweging
De rechtbank Limburg behandelt een zaak over de terugvordering van een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het Uwv vordert €66.480,24 terug van eiser omdat hij de inkomsten van zijn echtgenote niet heeft doorgegeven, waardoor het gezamenlijke inkomen boven het sociaal minimum uitkwam. Eiser stelt dat de vordering is verjaard en voert dringende redenen aan om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van verjaring, omdat het Uwv pas in 2023 over de volledige inkomensgegevens beschikte en de terugvordering binnen de wettelijke termijn is ingesteld. De inlichtingenplicht rust op eiser, die naliet de wijziging in het gezinsinkomen te melden.
Met betrekking tot dringende redenen toetst de rechtbank de belangenafweging van het Uwv. Hoewel eiser medische en financiële omstandigheden aanvoert, concludeert de rechtbank dat het Uwv adequaat heeft gemotiveerd dat deze geen reden vormen om de terugvordering verder te matigen. Wel acht de rechtbank de matiging van 20% door het Uwv passend vanwege het late onderzoek en de lange terugvorderingsperiode.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor wat betreft de hoogte van de terugvordering en stelt deze vast op €52.000. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank matigt de terugvordering van de toeslag met 20% tot €52.000 en verklaart het beroep gegrond.