ECLI:NL:RBLIM:2025:3925
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening beperking woningsluiting wegens drugsvondst tot drie maanden
Verzoekster huurt een studio in een kamerverhuurpand te Heerlen. Na politieonderzoek op 15 januari 2025 werden aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs en contant geld in haar woning aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor twaalf maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en de sluiting noodzakelijk was vanwege de omvang van de drugsvoorraad en de rol van de woning in het drugscircuit, mede gelegen in een kwetsbare wijk. De burgemeester baseerde zich op betrouwbare bestuurlijke rapportages en verklaringen, waaronder die van de ex-partner van verzoekster.
Hoewel verzoekster stelde niet van de drugshandel op de hoogte te zijn geweest en wees op haar kwetsbare persoonlijke situatie en financiële beperkingen, concludeerde de rechter dat zij een toezichthoudende taak had verzaakt en van de overtreding een verwijt kon worden gemaakt. Gezien de verstrekkende gevolgen van een twaalfmaandsluiting en het belang van verzoekster om haar leven op orde te houden, werd de sluitingsduur voorlopig beperkt tot drie maanden. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening beperkt de woningsluiting wegens drugsvondst tot drie maanden in plaats van twaalf maanden.